| Fiscale bijtelling auto van de zaak in 2006 |
|
|
|
Auto van de zaak voor een werknemerEen werknemer kan een auto van de zaak ter beschikking gesteld krijgen. Als dit ook buiten werktijd gebeurt (bijvoorbeeld omdat de werknemer de auto 's avonds mee naar huis mag nemen), dan gaat de fiscus ervan uit dat een dergelijke auto van de zaak ook privé wordt gebruikt. In de ogen van de belastingdienst is er dan sprake van een voordeel uit dienstbetrekking. Dit voordeel is vastgesteld op 22% van de catalogusnieuwwaarde van de auto en moet bij het inkomen worden opgeteld. Als de werknemer een bijdrage voor privégebruik betaalt mag dit bedrag van de bijtelling worden afgetrokken. Betaalt de werknemer een bijdrage voor overschrijding van de leasenorm (duurdere auto) dan zou de bijdrage moeten worden gesplitst en alleen het aan privé toe te rekenen deel in mindering op de bijtelling kunnen worden gebracht. Voor het deel dat betrekking heeft op het woon-werkverkeer en zakelijk gebruik zou dan geen aftrek mogelijk zijn. De belastingdienst heeft echter mondeling tegenover een fiscaal adviesbureau verklaard dat deze bijdrage volledig aftrekbaar is als deze op de loonstrook en in de overige regelingen (autoregeling, personeelshandboek, etc.) als "bijdrage voor privégebruik" wordt benoemd.Vanaf 1 januari 2006 verloopt de fiscale bijtelling via de loonbelasting. De bijtelling wordt tot het loon gerekend en daarover moet de werkgever loonbelasting inhouden. De bijtelling van de auto van de zaak heeft alleen geen invloed op het loon voor de werknemersverzekeringen. De inhouding van de loonbelasting kan achterwege blijven wanneer uw werknemer de auto niet meer dan 500 kilometer privé gebruikt. Het woon-werkverkeer geldt hierbij als zakelijk. Een werknemer die voor deze vrijstelling in aanmerking wil komen moet met een sluitende rittenadministratie bewijzen dat hij dit kilometrage niet overschrijdt. Werknemers kunnen via de site van de belastingdienst een verklaring aanvragen dat geen loonbelasting behoeft te worden ingehouden aangezien de werknemer de auto niet of gering privé gebruikt. Wanneer een werknemer een kopie van deze verklaring aan de werkgever overhandigt, mag de werkgever de inhouding achterwege laten. Als achteraf blijkt dat de werknemer toch meer dan 500 kilometer privé heeft gereden dan zal de belastingdienst de aanslag voor de extra belasting rechtstreeks bij de werknemer neerleggen. Omdat de belastingdienst verwacht niet alle aanvragen met betrekking tot 2006 vóór 31 december 2005 te kunnen afhandelen, volstaat voor de eerste drie maanden van 2006 een kopie van de aanvraag om de inhouding achterwege te laten. Gedurende deze maanden heeft de werknemer de tijd om de verklaring van de belastingdienst alsnog te overhandigen. Speciale regeling bestelautoEen werkgever hoeft geen loonbelasting in te houden voor bestelauto's die buiten werktijd niet privé gebruikt worden. Dit is in de volgende situaties het geval:
Wanneer de bestelauto in verband met de aard van het werk doorlopend afwisselend aan verschillende werknemers ter beschikking wordt gesteld, is een individuele toepassing van de autokostenfictie eigenlijk niet mogelijk. Een aanvullende eis is dat het doorlopend afwisselend gebruik van de bestelauto voortvloeit uit de aard van de werkzaamheden. Als aan deze eisen wordt voldaan, dan wordt het privégebruik van de bestelauto door middel van een eindheffing van € 300 bij de werkgever belast. Dit bedrag geldt per auto en op jaarbasis. Wordt een bestelauto bijvoorbeeld halverwege het jaar ingezet dan is het bedrag dus €150. Deze regeling geldt niet voor bestelauto's die per periode door een andere werknemer worden gebruikt. Het staat de werkgever natuurlijk vrij om deze eindheffing wel of niet door te berekenen aan de werknemers die in die periode privégebruik hebben gemaakt van de betreffende bestelauto van de zaak. Voor gebruik van een specifieke regeling met betrekking tot het afzien van bijtelling voor de bestelauto van de zaak adviseren wij werkgevers hun belastinginspecteur vóóraf op de hoogte te stellen. Auto van de zaak voor de ondernemer/dgaVoor de ondernemer verandert er in 2006 ten opzichte van 2005 in principe niets, zij het dat ook hij gebruik zou kunnen maken van de versoepelde regeling voor de bijtelling van bestelauto's. Zelfstandige ondernemers hebben, binnen de grenzen van de redelijkheid, de keuze om hun auto te beschouwen als ondernemingsvermogen of als een privé-auto. Indien de auto nagenoeg geheel zakelijk wordt gebruikt, zal deze tot het ondernemingsvermogen moeten worden gerekend. Als de auto ondernemingsvermogen is, heeft de ondernemer te maken met een fiscale bijtelling wegens een privé-gebruik. De bijtelling is in dit geval een beperking van de aftrek van de autokosten. Aftrekbaar als ondernemingskosten zijn dus alle autokosten verminderd met het bedrag van de bijtelling. Voor IB-ondernemers blijft dit, in tegenstelling tot de regeling voor werknemers, in de IB geregeld worden. Vpb-ondernemers zijn in loondienst van hun eigen onderneming. Voor hen gaat de bijtelling dus over naar de LB. Als uw auto privé-vermogen is, kunt u in 2006 per zakelijke kilometer € 0,19 aftrekken, ongeacht wat de werkelijke kosten zijn. Openstaande vragenIn de dagelijkse praktijk zijn nog een aantal vragen gerezen die de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen heeft neergelegd bij het Ministerie van Financiën. Het betreft hier de volgende situaties: 1. Inzet huurauto in geval van schade of onderhoud 2. Huurauto's 3. Poolauto's 4. Uitzendkrachten 5. Demo-regeling medewerkers leasemaatschappijen 6. Verklaring geen privégebruik in 2006 7. Tijdelijk afzien van bijtelling We willen graag een duidelijke en eenduidige definitie van de fiscale waarde die praktisch werkbaar is. |



