Rekenvoorbeeld per auto
| Cataloguswaarde | Pseudo-eindheffing per jaar | Per maand |
| €25.000 | €3.000 | €250 |
| €35.000 | €4.200 | €350 |
| €45.000 | €5.400 | €450 |
| €60.000 | €7.200 | €600 |
| €75.000 | €9.000 | €750 |
Zoals je ziet hoe hoger de cataloguswaarde, hoe zwaarder de heffing weegt. Een auto van €75.000 kost je dus €9.000 per jaar extra, boven op de reguliere bijtelling die je werknemer al betaalt.
Rekenvoorbeeld voor geheel wagenpark
De meeste MKB-wagenparken bestaan niet uit één auto. Ga je uit van een gemiddelde cataloguswaarde van €35.000 per auto, dan loopt het bedrag snel op:
| Aantal auto’s | Pseudo-eindheffing per jaar |
| 5 auto’s | €21.000 |
| 10 auto’s | €42.000 |
| 25 auto’s | €105.000 |
Heb je een hogere gemiddelde cataloguswaarde, of een mix van fossiel en elektrisch? Dan wijkt dit natuurlijk af. Gebruik de rekentool op onze hoofdpagina om je eigen wagenpark exact door te rekenen.
Rekenvoorbeeld: een auto die halverwege de maand wordt aangeboden
Je stelt een auto met een cataloguswaarde van €40.000 op 15 maart 2027 ter beschikking aan een werknemer, ook voor woon-werkverkeer. Ook al gaat het om een halve maand, de hele maand maart telt al mee voor de pseudo-eindheffing. Voor dat kalenderjaar betaal je dan over 10 maanden van maart tot en met december heffing:
Eerst het jaarbedrag: 12% van €40.000 is €4.800 per jaar. Gedeeld door 12 maanden is €400 per maand. Omdat de heffing in dit voorbeeld voor 10 maanden geldt, betaal je in dat eerste jaar 10 × €400 = €4.000
Rekenvoorbeeld: auto ouder dan 25 jaar
Voor auto’s ouder dan 25 jaar reken je niet met de oorspronkelijke cataloguswaarde, maar met de actuele marktwaarde. Rijdt een van je medewerkers in een auto met een marktwaarde van €8.000? Dan bedraagt de heffing:
12% × €8.000 = €960 per jaar, oftewel €80 per maand. Aanzienlijk lager dan bij een nieuwere auto met een hogere cataloguswaarde.





